Wat droogte ons leert over cybersecurity
Nederland heeft een bijzondere relatie met water. We bouwen dijken, sluizen en gemalen. We meten waterstanden, bewaken risico’s en bereiden ons voor op wat kan komen.
Want watermanagement gaat niet alleen over te veel water. Ook droogte en lage waterstanden zetten het systeem onder druk. Ze maken kwetsbaarheden zichtbaar die onder normale omstandigheden gemakkelijk onopgemerkt blijven.
Precies daar ligt de parallel met cybersecurity.
Niet in de techniek, maar in de manier waarop we omgaan met risico, zichtbaarheid, continuïteit en voorbereiding.
Als omstandigheden veranderen, worden risico’s zichtbaar
Een dijk kan jarenlang sterk en betrouwbaar lijken. Maar veranderende omstandigheden kunnen verborgen zwakke plekken blootleggen. Droogte kan bijvoorbeeld leiden tot scheuren en verzakkingen, waardoor bestaande kwetsbaarheden verder toenemen.
Bij cybersecurity werkt het net zo.
Een ransomware-aanval, kritieke kwetsbaarheid of gehackte leverancier is zelden het hele probleem. Zo’n incident legt vooral bloot waar de digitale infrastructuur onvoldoende in beeld, beveiligd of voorbereid was.
Dan blijken fundamentele vragen ineens moeilijk te beantwoorden:
Welke systemen hebben we? Welke zijn bedrijfskritisch? Hoe zijn IT, OT, cloudomgevingen en leveranciers met elkaar verbonden? Wie heeft toegang? En wat gebeurt er als een cruciaal onderdeel uitvalt?
Op het moment van een aanval is het te laat om die antwoorden nog te zoeken.
Weet waar je digitale dijken staan
Organisaties investeren terecht in firewalls, endpointsecurity, MFA, SOC-dienstverlening en vulnerabilitymanagement. Die maatregelen zijn onmisbaar.
Maar ze zijn alleen effectief als je weet wat je beschermt.
Moderne cybersecurity begint daarom met zichtbaarheid. Met inzicht in assets, identiteiten, netwerkverbindingen, cloudomgevingen, OT-systemen en het externe aanvalsoppervlak.
Niet omdat zichtbaarheid een doel op zich is, maar omdat je zonder zicht niet gericht kunt beveiligen. Je kunt geen risico’s prioriteren, geen afwijkingen herkennen en geen goede beslissingen nemen over herstel.
Wie zijn digitale omgeving niet kent, weet ook niet waar de dijken laag zijn.
Bescherm het hele ecosysteem, niet alleen de eigen dijk
Water houdt zich niet aan grenzen. Cyberaanvallen evenmin.
Je eigen omgeving kan goed beveiligd zijn, terwijl een leverancier toegang heeft tot kritieke systemen. Een cloudomgeving kan verkeerd geconfigureerd zijn. Een vergeten OT-device kan onverwacht vanaf buiten bereikbaar blijken.
Cybersecurity is daarom steeds meer een ecosysteemvraagstuk. De weerbaarheid van een organisatie wordt mede bepaald door de partijen, platformen en verbindingen waarvan zij afhankelijk is.
Daarom zijn segmentatie en Zero Trust zo belangrijk. Niet om alles af te sluiten, maar om te voorkomen dat één incident zich ongehinderd door de hele organisatie verspreidt.
Zoals compartimenten voorkomen dat één dijkdoorbraak een volledige polder onder water zet.
Voorbereiden voordat het water stijgt
Droogte kunnen we niet altijd voorkomen. Hoogwater kunnen we niet uitsluiten. En cyberrisico’s kunnen we nooit volledig tot nul reduceren.
Wat we wél kunnen doen, is voorbereid zijn.
Meten. Monitoren. Voorspellen. Oefenen.
En vooraf bepalen wat er moet gebeuren wanneer een belangrijk systeem, account of onderdeel van de keten uitvalt.
Dat is cyber resilience: niet alleen een aanval proberen te voorkomen, maar zorgen dat de organisatie kan blijven functioneren en snel kan herstellen. De volgende stap is continu leren van iedere verstoring, zodat de digitale dijken na elk incident sterker worden.
Nederland heeft door de eeuwen heen geleerd dat je niet wacht tot het water aan de voordeur staat.
Waarom zouden we dat bij cybersecurity wel doen?
Kijk vandaag naar je digitale dijken. Welke assets zijn onvoldoende in beeld? Welke verbindingen begrijp je niet volledig? Waar ben je afhankelijk van leveranciers? En als morgen een digitale dijk doorbreekt: weet je dan welke sluizen je moet sluiten?
Wacht niet op hoogwater. Begin met kijken, meten en versterken.
